Topsector logistiek

Topsector Logistiek Studiereis München

Topsector Logistiek Studiereis München

Blog door Machteld Leijnse

“Connekt organiseerde van 9 tot 11 mei voor de Topsector Logistiek een studiereis naar München. Doel was het bezoeken van de Transport&Logistik Messe en inspiratie opdoen bij bedrijfsbezoeken rond het thema Robotisering. Uiteraard hadden we, zoals het de Topsector betaamt, een mooie vertegenwoordiging van de Triple Helix: bedrijfsleven (ECT, Technische Unie, Buck), overheid (EZ, NFIA) en kennisinstellingen (TNO, Dinalog).

Inspiratie konden we zeker opdoen! We begonnen de bedrijfsbezoeken bij start-up Magazino. Magazino startte in 2014 met drie man, kreeg na een half jaar financiering van Siemens, die 49,9% van de aandelen kocht en groeide in drie jaar tot 70 man. Magazino ontwikkelt robots voor magazijnen, die op stukniveau kunnen picken en naast en in interactie met mensen kunnen werken. Deze robots zijn zelflerend. Als er iets of iemand voor staat, neemt de robot een andere route. Ook kijkt de robot of het juiste product op het schap staat, geeft door als iets scheef staat en checkt voor inkomende goederen of er op de juiste plaats ook ruimte is. Momenteel kan de robot alleen schoenendozen en boeken (rechthoekige, niet te zware producten) verplaatsen, maar dit zal binnen enkele jaren doorgroeien naar zwaardere dozen en stuks uit dozen. Er wordt nu bij twee grote klanten uitgebreid ervaring opgedaan. De droom van de oprichter is dat hij, zoals een stofzuigerverkoper in de jaren 30, langs DC’s kan rijden met een robot achterin en deze direct kan achterlaten. De robots kunnen werken in de nachtelijke uren, zonder licht en zonder verwarming. Om de integratie met personeel te versoepelen worden ze als eerste ingezet voor taken die mensen onprettig vinden, dus vooral op lage en hoge planken.

Daarna naar BMW: automatisering voor gevorderden. Wat een prachtige fabriek! Wel hadden we net geleerd, dat dit vrij ‘domme’ robots zijn: ze doen een enkele handeling in een kooi om interactie met mensen te reguleren. Toch kunnen de robots aanpassingen maken, afhankelijk van het model auto zet de robot een ander onderdeel op de arm. Opvallend was ook dat niet in serie wordt geproduceerd: elke auto was een ander model. Om er een echt individueel product van te maken is aan het eind van het proces nog een hoop menskracht nodig. Deze mensen staan op de lopende band en gaan mee met de auto. Mensen blijven vooralsnog flexibeler dan robots als het gaat om het vervaardigen van individuele producten.

Daar hoorden we meer over bij Fortiss, een onderdeel van de Technische Universiteit München, waar we de robot campus bezochten. Om het produceren van één of enkele stuks met gebruik van robots economisch haalbaar te maken moet het herprogrammeren van robots zo weinig tijd kosten. Daarom werkt Fortiss aan intuitive programming. Door de onderdelen in te programmeren kun je op het scherm de onderdelen in het productieveld trekken, aangeven welke onderdelen in elkaar moeten en de robot bedenkt zelf welke stappen daarvoor nodig zijn en zet het in elkaar. Dit werd heel tastbaar toen we het zelf mochten proberen. Programmeren van robots wordt daarmee eenvoudiger en kan door lager opgeleid personeel worden gedaan.

Bij het Siemens robotics lab kwam alles bij elkaar: met Minister Kamp, die met een delegatie aansloot bij ons bezoek, hoorden we opnieuw de trend van individuele productie (handwerk) in 1850, naar automatisering van Ford (‘elke kleur, als het maar zwart is’), naar massa automatisering voor productie in grote batches, naar massa individualisatie en productie van enkele tot 1 stuk. Om dit op een economische aantrekkelijke manier te kunnen doen, moet het ontwerp en productieproces worden vereenvoudigd. Ook bij Siemens was de demonstratie indrukwekkend. Siemens werkt aan het zelflerend vermogen van de robots, zodat ze zelf kunnen ontwerpen en produceren. Daarmee wordt het intuïtieve deel, waar de universiteit aan werkt, overgeslagen. Bij Siemens zagen we een robot een missend onderdeel van het schap pakken en naar de productietafel brengen, waarna twee robotarmen samen werkten om een speelgoed Porsche in elkaar te zetten.

Naast de inzichten in de automatisering van de productie bij BMW was interessant dat BMW een omslag moet maken naar vier belangrijke trends: automated – de auto moet steeds meer zelfrijdend zijn; connected – de auto moet kunnen interacteren met andere weggebruikers en met de infrastructuur; electric – het eind van de verbrandingsmotor komt in zicht en shared – de auto is steeds minder eigen bezit en wordt meer gedeeld. Hier heeft BMW in diverse steden en landen al mooie aanbiedingen voor zoals ReachNow en DriveNow. Concurreren met Google en Tesla is voor BMW niet eenvoudig: hun aandeelhouders accepteren geen rode cijfers. Geen uitgesproken jubelverhaal dus, bij BMW, maar wel realistisch en met goede vooruitzichten.

Naast de inspirerende bedrijfsbezoeken hebben we driemaal de beurs bezocht. Wat was die enorm! En wat leverde Nederland daar een goede prestatie met een brede vertegenwoordiging met prachtige stands! We zijn overal uitstekend ontvangen. Allereerst bij European Gateway Services: mooi om te zien dat ze Rotterdam presenteerden als een snellere noord-zuid verbinding dan waar de Duitsers aan gewend zijn, maar liefst 48 uur sneller! Bij GS1 Germany leerden we hoe het Lean & Green programma in Duitsland wordt uitgerold: op eigen kracht van de bedrijven, zonder ondersteuning van de overheid. Goed om te horen dat binnen enkele jaren na de start al 7 bedrijven de ster hebben gehaald en ongeveer 40 de award. We bezochten spontaan één van de Duitse start ups die aanwezig waren: CargoBee. CargoBee ontwikkelt een supply chain finance oplossing, gekoppeld aan een marktplaats, die zelf matching doet, tracking&tracing en systeemintegratie. Ook voor het MKB. Bij Schiphol hoorden we over de farmahub en over een nieuw concept om meer gebruik te kunnen maken van bellyfreight bij korte doorlooptijden. Daar mogen we verder niets over zeggen, want daarover volgt in juni een persbericht van Schiphol. De volgende dag bezochten we de borrel van West-Brabant, Limburg en Schiphol. Bij Hamburg Port Authority vernamen we van hun projecten: in een netwerk van bedrijven en kennisinstellingen met 500 deelnemers wordt onder andere gewerkt aan het verbeteren van het imago van de chauffeur, omdat er in dat gebied een groot tekort is aan chauffeurs. Bij Fraunhofer kregen we demonstraties met VR brillen, die aangeven wat moet worden gepickt en hoe artikelen in de doos moeten; een drone die onderdelen in een fabriek kan bezorgen, of kan worden ingezet in magazijnen voor voorraadcontrole; en een rollende en vliegende drone, die kleine onderdelen kan bezorgen.

Moe, voldaan, geïnspireerd en met zere voeten landden we donderdagavond weer op Schiphol.”

 

 

© Topsector Logistiek